Ik zie mezelf nog zitten op de bank, shakend en in paniek.
De deur kwam ik toen allang niet meer uit. Als mijn vriend naar zijn werk vertrok, losten mijn ouders elkaar af zodat ik niet alleen was. Ik kreeg thuiszorg die me hielp met douchen en aankleden. Dat kon ik niet meer zelfstandig. Onder de douche stond een stoel zodat ik kon gaan zitten, staan hield ik niet vol. Daar zat ik dan, 26 jaar en compleet afhankelijk van anderen. Ik hoorde met vriendinnen af te spreken, op feestjes te dansen, op mijn scooter door Amsterdam te sjezen. Maar ik leefde als een bejaarde. En steeds was ik bang om dood neer te vallen, dat mijn hart het zou begeven. Ik kon niet meer lopen zonder dat iemand me ondersteunde. Moest ik naar het toilet, dan zette mijn moeder me letterlijk als een klein kind op de wc-bril. Er waren plannen om een rolstoel en rollator voor me aan te schaffen. En ik dacht alleen maar: hoe is mijn leven in godsnaam zo kunnen veranderen?
Vijf jaar geleden liet ik mijn borsten vergroten.
Mijn 65 A-cup was altijd mijn grootste onzekerheid. Terwijl er bij mijn vriendinnen een flinke voorgevel groeide, bleef ik hangen met de kleinste beha’s. Een volle boezem was mijn ideaalbeeld. Als puber riep ik al dat ik een borstvergroting wilde. Mijn ouders wilden niet dat ik in een gezond lichaam liet snijden en hoopten dat ik mijn plan niet zou doorzetten. Maar toen ik 22 was, stapte ik naar de plastisch chirurg. Ik betaalde de borstvergroting van mijn spaargeld. Ik werd uit de narcose wakker met een volle D-cup. En wat was ik er blij mee. Eindelijk had ik een mooi decolleté en kon ik leuke bikini’s kopen. En finally: ik werd niet meer voor een veertienjarige aangezien. De keren dat ik mijn ID moest tonen aan de kassa als ik wijn kocht, waren namelijk niet te tellen. Dat zat me dwars. Nu voelde ik me een volwassen, sexy vrouw.
Wanneer de ellende begon, weet ik nog precies. Op 20 juli vorig jaar was ik met vakantie op het strand in Frankrijk. Rond zeven uur liepen we naar een strandtent. Het trapje omhoog had slechts tien treden, maar toen ik die opliep begon mijn hart zo idioot snel te kloppen alsof ik een marathon liep. Ik kon niet meer ademhalen en verloor mijn evenwicht. ‘Help, ik krijg geen lucht meer,’ bracht ik hortend en stotend uit. Iedereen dacht dat ik aan het hyperventileren was. Ik ging zitten en dronk een glas cola. Toen ik dacht dat het wel weer ging, stond ik op, maar na 20 meter stortte ik compleet in. Alles om me heen draaide en mijn hart bleef maar razendsnel bonken. Ik ging naar het ziekenhuis, waar een hartfilmpje werd gemaakt. Niks geks aan de hand, ik was gewoon flauwgevallen volgens de arts.
Terug in Nederland kreeg ik steeds vaker last van extreme hartkloppingen.
Ik begreep niet wat er met mijn lichaam aan de hand was. Op mijn werk, op de scooter, onder de douche of op de bank: overal kreeg ik zo’n ‘aanval’. Mijn werk als presentatrice hield ik niet meer vol, dus de hele dag zat ik thuis. Mijn vriend moest wel naar zijn werk, maar ik durfde niet alleen achter te blijven. Ik ga de pijp uit, heb ik ontelbaar vaak gedacht. Doodsbang was ik dat mijn hart ermee zou ophouden, dat het ‘t niet meer volhield. Zeker tien keer in drie weken tijd ben ik naar de huisartsenpost gegaan met mijn klachten. Zeven keer heb in een ambulance gelegen omdat mijn hart zo snel en onregelmatig klopte. Meerdere keren werd ik bij de EHBO weggestuurd met de mededeling dat ze de oorzaak van mijn klachten niet konden vinden.
Ik ben onderzocht door cardiologen, neurologen en een kno-arts omdat ze dachten aan een evenwichtsstoornis. Keer op keer werd er bloedonderzoek gedaan, waar niets uitkwam. Niemand stelde een diagnose, ik werd van het kastje naar de muur gestuurd. Maar ik wist vanaf dag één, daar op dat Franse strand, dat mijn borstimplantaten de boosdoeners waren. Al eerder voelde ik een soort deukjes als ik over mijn borsten wreef. Vreemd, vond ik. Na die vakantie liet ik een echo maken van mijn borsten. Het zag er prima uit, met een mooie, dikke kapselvorming rondom de protheses, aldus de radioloog. Dat nam ik maar van hem aan. En ook de cardioloog wuifde alles weg toen ik opperde dat mijn implantaten er wellicht iets mee te maken hadden. Dat kon écht niet, werd mij keer op keer gezegd. Sterker nog, een arts op de eerste hulp zei onomwonden dat het allemaal psychisch was: ‘Het zit in je hoofd, ga maar naar een psychiatrische kliniek.’ Gelukkig heb ik altijd geweten dat ik niet gek was. Ik wíst dat er iets fout zat in mijn lichaam. En ik vond het walgelijk en frustrerend dat er niet naar me geluisterd werd.
Met Kerst was ik bij een vriend van mijn ouders die uroloog is.
Hij vroeg nog eens naar die echo van mijn borsten. Toen ik vertelde over de ‘mooie’ kapselvorming schrok hij zichtbaar. ‘Dat is helemaal niet goed, maar juist een teken van je lichaam dat het eruit moet!’ riep hij. Zie je wel, dacht ik. Ik ben niet gek. Direct maakte ik een afspraak om in het ziekenhuis mijn protheses te laten verwijderen. Pas anderhalve maand later kon ik terecht. Twee weken voor de operatie las ik op internet dat mijn type implantaten van het merk Allergan ziekmakend zijn wegens het lekken van siliconen. Eerder had ik daar nog niet op gegoogeld omdat ik het certificaatnummer van mijn implantaten toen nog niet wist, die vond ik pas later in mijn administratie. Ik trok wit weg en riep dat ik die dingen het liefst eigenhandig uit mijn borsten wilde rukken. Het voelde alsof ik twee tikkende tijdbommen in mijn lijf had. En ik was heel boos dat ik hier geen bericht over had gehad. Deze protheses bleken in Frankrijk en Amerika allang te zijn teruggeroepen.
Die vrouwen kregen dus wél bericht en zijn gratis onder het mes gegaan om ze te laten verwijderen. Waarom dat niet in ons land gebeurd, is mij een raadsel. Vast een geldkwestie, het is duur om al die vrouwen te opereren. En plastisch chirurgen tekenen contracten die afhankelijk zijn van ziekenhuizen en leveranciers. Eigenlijk is het een heel schimmig wereldje. Uiteraard heb ik mijn plastisch chirurg gevraagd naar die terugroepactie. Hij gaf toe dat mijn protheses inmiddels verboden waren, maar beweerde dat het onwaarschijnlijk was dat ze de oorzaak waren van mijn klachten. Hij had zoiets namelijk nog nooit meegemaakt. Maar mijn beslissing stond vast: die dingen moesten eruit. Sinds 2 jaar geleden is er in de USA al een terugroep actie gedaan wegens getextureerde implantaten die in verband worden gebracht met het ontstaan van ALCL, een vorm van lymfeklierkanker. Dit wil niet zeggen dat elk mens dit krijgt, of andere symptomen kan krijgen. Daarnaast blijken siliconenborstimplantaten te 'zweten' – ook wel gel bleed genoemd – waarna er giftige stoffen in het lichaam terechtkomen. "Helaas weten veel vrouwen dit niet’' Het gekke is: in Nederland hoor je er niet veel over. De protheses worden hier inmiddels niet meer geplaatst, maar er is geen terugroepactie. Vrouwen lopen er nog nietsvermoedend mee rond. Onbegrijpelijk."
Twee maanden geleden zijn de protheses verwijderd.
Tijdens de operatie is de kapselvorming uit mijn borsten geschraapt en daarna pathologisch onderzocht. Daarin vonden ze gelekte siliconendeeltjes die zich ook verder door mijn lichaam en organen hebben verspreid. Grote kans dat mijn klachten daardoor ontstaan waren, zei de arts een week na de operatie terwijl hij mijn hechtingen eruit haalde. Eindelijk was het bewezen en had ik het zwart op wit. Ik was boos en opgelucht tegelijk. Mijn lichaam moet die deeltjes nu zelf gaan afbreken, dat duurt een aantal maanden. Ik drink heel veel water en eet ontgiftend. Langzaam ga ik vooruit. De eerste keer dat ik weer op mijn fiets een rondje door mijn straat reed, vond ik fantastisch. Ik voelde me bevrijd, alsof ik uit de gevangenis kwam. Zelf weer boodschappen doen; ook zo’n euforisch moment.
Ik maak me minder druk om dingen. Mijn kijk op social media is veranderd. Ik rijd niet meer naar de andere kant van de stad om daar voor een toffe muur te poseren, een mooi plaatje vind ik minder belangrijk. Gezondheid is het allerbelangrijkste, zo cliché maar waar. Ik wil me concentreren op wat ik leuk en interessant vind: andere mensen helpen. Daarom heb ik een documentaire gemaakt over mijn ervaringen die ik binnenkort online wil zetten. Nog steeds kan ik er woedend om worden dat ik door al die artsen niet serieus ben genomen. Maar met boosheid schiet ik niets op. Liever deel ik mijn ervaringen om andere mensen te waarschuwen. Elke prothese is een sluipmoordenaar in mijn ogen. Als ik op Instagram kijk, denk ik: waar gaat het heen? Iedereen met opgespoten lippen en nepborsten… Tegen meiden die een borstvergroting overwegen, wil ik zeggen: doe het niet, je bent mooi zoals je bent. Nu heb ik mijn oude cup terug, daar ben ik zo blij mee. Ik ben 1.60 meter en heel petite. Grote borsten pássen niet eens bij mij. Eigenlijk was ik altijd al prachtig. Had ik dat maar eerder ingezien.’
Previous
Next

TEKST: Anne Broekman
BRON: LINDA.meiden